ECLI:NL:CRVB:2013:CA1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering die later door het UWV werd herzien en teruggevorderd omdat appellant werkzaamheden als zelfstandige niet had gemeld. Het UWV legde tevens een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij minder uren werkte dan het UWV aannam en dat de boete onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door zijn zelfstandige werkzaamheden niet te melden, ondanks bewijs van facturering, rittenstaten en zakelijke kosten. De schatting van het UWV van de omvang van de werkzaamheden was zorgvuldig en mocht voor rekening van appellant komen.
De Raad stelde vast dat het beleid van het UWV, zoals vastgelegd in de Handleiding, consistent was toegepast en dat de boete terecht was opgelegd gezien de ernst van de overtreding en de verwijtbaarheid. De herziening en terugvordering van de WW-uitkering over de periode van 30 december 2002 tot en met 27 februari 2005 werd bevestigd, evenals de boete van €250,-.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en handhaaft de boete van €250,- wegens het niet melden van zelfstandige werkzaamheden.