ECLI:NL:CRVB:2013:CA1971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens handel in harddrugs
Appellant ontving bijstand sinds 2003, maar deze werd eerder al ingetrokken over een periode in 2005 vanwege handel in drugs zonder opgave aan het bijstandverlenend orgaan. Na een nieuw onderzoek van de sociale recherche, waarin onder meer tapgesprekken en verklaringen van medeverdachten werden betrokken, concludeerde het dagelijks bestuur dat appellant ook in 2007 betrokken was bij de handel in heroïne en cocaïne.
Het dagelijks bestuur trok daarom de bijstand over de periode van januari tot mei 2007 in en vorderde de kosten terug. Appellant voerde aan dat hij slechts incidenteel drugs afleverde en daarvoor een geringe hoeveelheid drugs als beloning ontving, geen geldelijke vergoeding. De Raad oordeelde echter dat de betrokkenheid van appellant veel uitgebreider was, met regelmatige handel en omzet van aanzienlijke bedragen, en dat hij financiële middelen had ontvangen die van invloed zijn op het recht op bijstand.
De Raad bevestigde dat appellant de op hem rustende inlichtingenplicht had geschonden door deze activiteiten niet op te geven, mede gezien zijn eerdere intrekking van bijstand wegens soortgelijke feiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht door betrokkenheid bij handel in harddrugs.