ECLI:NL:CRVB:2010:BN8774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in drugs
Appellant ontving bijstand sinds 2003 en werd in 2005 aangehouden wegens verdenking van drugshandel. Op basis van onderzoek trok het Algemeen Bestuur de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 1 januari tot 5 juni 2005, omdat appellant werkzaamheden en inkomsten uit drugshandel niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het Dagelijks Bestuur bevoegd was tot besluitvorming, niet het Algemeen Bestuur, waardoor het besluit van 26 april 2007 onbevoegd was genomen. De Raad vernietigde dit besluit, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad oordeelde dat appellant betrokken was bij drugshandel en inkomsten had genoten, wat hij niet had gemeld, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering werden niet erkend. Het Dagelijks Bestuur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 april 2007 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.