ECLI:NL:CRVB:2013:CA2376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting en onvoldoende bewijs schulden
Appellante heeft een aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht werd afgewezen wegens te hoog vermogen. Het vermogen bestond uit een contant opgenomen bedrag van €8.700, een Mercedes Benz en een Volkswagen Polo. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard omdat appellante onvoldoende informatie verstrekte en daarmee de inlichtingenverplichting schond.
In hoger beroep stelde appellante dat het contante bedrag toebehoorde aan haar kinderen en dat zij een deel had gebruikt om schulden af te lossen. Tevens voerde zij aan dat de Mercedes Benz was geleend van haar neef en terugverkocht ter aflossing van die lening. Ook stelde zij dat op grond van het Turkse huwelijksvermogensrecht het vermogen voor de helft aan haar ex-echtgenoot toebehoorde.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat appellante onvoldoende objectief en verifieerbaar bewijs had overgelegd voor haar schuldverklaringen en terugbetalingsverplichtingen. De wisselende verklaringen over de herkomst van het geld en het ontbreken van bewijsstukken maakten aannemelijk dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook het beroep op het Turkse huwelijksvermogensrecht faalde wegens het ontbreken van bewijs van echtscheiding en feitelijke beschikking over het vermogen.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs en schending van de inlichtingenverplichting.