ECLI:NL:CRVB:2013:CA2720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen AOW-pensioenkorting wegens niet-verzekerde jaren na vertrek uit Nederland
Appellant, geboren in 1944, woonde en werkte in Nederland tot zijn verhuizing naar België in 1993, waar hij tot 2001 onder de Belgische sociale zekerheidswetgeving viel. In 2009 verhuisde hij naar Spanje. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende vanaf 2006 aan zijn echtgenote een ouderdomspensioen toe en vanaf december 2009 aan appellant zelf een AOW-pensioen van 68% toe, vanwege niet-verzekerde jaren sinds 1993.
Appellant maakte bezwaar tegen deze korting en stelde dat hij onterecht premies had betaald in Nederland en België en verzocht om terugbetaling of verhoging van zijn pensioen. De Svb wees dit bezwaar af, omdat appellant niet had aangetoond dat hij onterecht premies had betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat de terugbetaling van belasting buiten het bestuursrechtelijke geschil valt.
In hoger beroep stelde appellant dat hij dubbele belasting en premies had betaald en verwees naar een aanslag BPM in 1996. De Raad stelde vast dat appellant niet had bewezen dat hij onterecht premies had betaald en dat terugvordering van belastingzaken buiten de reikwijdte van dit geschil valt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.