ECLI:NL:CRVB:2013:CA2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant, geboren in 1960, diende een verzoek in voor een WAO-uitkering met terugwerkende kracht tot zijn ontslag uit militaire dienst in 1980, wegens een posttraumatische stressstoornis (PTSS) veroorzaakt door zijn uitzending naar Libanon. Het UWV wees de uitkering af omdat appellant niet voldeed aan de vereiste wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant na zijn militaire dienst direct weer werkte en diverse functies vervulde, waardoor niet was voldaan aan de wachttijd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij een medische 'afzakker' was en alsnog recht had op de uitkering.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die de arbeidsongeschiktheid gedurende de relevante periode konden aantonen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.