ECLI:NL:CRVB:2013:CA2974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.J. Schaap
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning hulp bij het huishouden en leefeenheid in zorgappartement
Appellant woonde in een zorgappartement binnen een woonvorm van ouders met gehandicapte kinderen, waarbij sprake was van gemeenschappelijke ruimtes en mantelzorg. Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld kende hem aanvankelijk 9 uur en 15 minuten hulp bij het huishouden toe, maar trok dit later in met het argument dat appellant en zijn ouders een leefeenheid vormden en dat de ouders de gebruikelijke zorg moesten leveren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college stelde vervolgens een gedeeltelijke toekenning vast, met een afbouw tot 1 januari 2011 vanwege een voorliggende AWBZ-voorziening.
De Raad oordeelt dat appellant geen leefeenheid vormt met zijn ouders omdat hij een eigen adres en huurovereenkomst heeft en dat het gebruik van gemeenschappelijke ruimtes niet doorslaggevend is. Verder is de beleidsregel die een verhoging van het pgb voor huishoudelijke hulp regelt geen algemeen verbindend voorschrift en vormt dus geen wettelijke voorliggende voorziening.
De Raad benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van appellant om het toegekende pgb aan huishoudelijke hulp te besteden en stelt vast dat het toegekende bedrag voldoende is voor 4 uur en 15 minuten hulp per week. Gezien de eerder toegekende 9 uur en 15 minuten hulp blijft een noodzaak voor ondersteuning door het college voor 5 uur per week bestaan. De Raad vernietigt het besluit van het college en kent appellant de genoemde hulp toe als pgb voor 2010 en 2011.
Tot slot veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt hulp bij het huishouden toegekend van 9 uur 15 minuten per week in 2010 en 5 uur per week in 2011 als pgb.