ECLI:NL:CRVB:2013:CA3023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag ondanks beroep op dringende redenen en vertrouwensbeginsel
Appellant ontving vanaf april 2004 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Uit onderzoek bleek dat de echtgenote van appellant in bepaalde perioden inkomsten had uit dienstverbanden die niet aan het Uwv waren doorgegeven. Hierdoor werd de toeslag vanaf december 2005 tot april 2009 herzien en teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening, maar trok dit bezwaar later in. Het Uwv vorderde vervolgens een bedrag van € 17.162,90 terug, dat werd verminderd tot € 9.926,97. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, stellende dat het rechtens vaststaat dat appellant te veel toeslag heeft ontvangen en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder het beroep op zijn hersenletsel als dringende reden en het vertrouwensbeginsel vanwege vermeende toezeggingen van het Uwv. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze argumenten reeds in eerdere procedures zijn behandeld en geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De rechtbankoverwegingen worden onderschreven en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de terugvordering van de toeslag en wijst de bezwaren van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de toeslag bevestigd.