ECLI:NL:CRVB:2013:CA3107
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correctie grondslag periodieke uitkering en vergoeding overschrijding redelijke termijn Wubo
Appellant, geboren in 1938, diende in 2008 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Na erkenning van oorlogsgeweld werd aanvankelijk de aanvraag afgewezen wegens gebrek aan blijvende invaliditeit. Na bezwaar kende verweerder een uitkering toe met een grondslag van € 2.733,62 bruto per maand.
Appellant stelde in beroep dat de grondslag te laag was vastgesteld, omdat toeslagen onterecht buiten beschouwing waren gelaten. Verweerder erkende dat bij de berekening onjuiste indexcijfers waren gebruikt en stelde de grondslag bij tot € 2.744,36 bruto per maand. De Raad oordeelde dat de berekening verder juist was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hogere toeslagen of lonen gebruikelijk waren.
Verder oordeelde de Raad dat de procedure in de bestuursfase ruim vier jaar had geduurd, wat de redelijke termijn overschrijdt. Daarom werd verweerder veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.500,- wegens immateriële schade. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de grondslag van de uitkering betreft en stelde deze zelf vast op € 2.744,36 bruto per maand. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 13 juni 2013.
Uitkomst: De grondslag van de periodieke uitkering wordt vastgesteld op € 2.744,36 per maand en een schadevergoeding van € 1.500,- wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.