ECLI:NL:CRVB:2013:CA3138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake niet tijdig beslissen op bezwaar vakantiebijstand
Appellant, ontvanger van bijstand op grond van de WWB, maakte bezwaar tegen een brief van het college waarin toestemming werd verleend voor vakantie met behoud van bijstand. Hij stelde dat het college niet tijdig op zijn bezwaar had beslist en dat er geen formeel en materieel besluit was genomen. Tevens vorderde hij schadevergoeding wegens de vermeende onzorgvuldigheid.
De rechtbank had het besluit van het college vernietigd omdat het bezwaar niet als beroepschrift was doorgezonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het college wel degelijk op het bezwaar had beslist en dat het bezwaar van 1 oktober 2007 geen gronden bevatte tegen de vakantie-toestemming. Ook werd geoordeeld dat er geen samenhang was tussen de procedures die appellant aanvoerde.
De Raad verwierp het standpunt dat een te late beslissing geen formele rechtskracht heeft en bevestigde dat het college zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Het hoger beroep slaagde niet en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.