ECLI:NL:CRVB:2013:CA3198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, waarbij hij meer beperkingen aanvoerde dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren vermeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen medische stukken had overgelegd die zijn stellingen ondersteunden. De aangevoerde protocollen bieden slechts richtinggevende criteria en kunnen niet als bindende voorschriften worden opgevat.
Verder concludeerde de Raad dat de functie van productiemedewerker pluimveeslachterij passend is en dat, ook als de functie van productiemedewerker cleanroom als ongeschikt zou worden beschouwd, er voldoende andere passende functies zijn. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.