ECLI:NL:CRVB:2013:CA3211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake langdurigheidstoeslag en niet tijdig beslissen
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand en diende op 2 februari 2011 een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag, nadat hij eerder op 21 augustus 2008 een brief aan de rechtbank had gestuurd die niet als aanvraag bij het college gold.
Het college verleende uiteindelijk op 22 maart 2011 een langdurigheidstoeslag met terugwerkende kracht vanaf 21 augustus 2007 tot augustus 2011 en betaalde deze tijdig uit. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 3 augustus 2011 ongegrond werd verklaard. Tegen het niet tijdig beslissen op dit bezwaar stelde appellant opnieuw bezwaar, dat als beroepschrift werd doorgezonden naar de rechtbank.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat op 3 augustus 2011 al een besluit op bezwaar was genomen. De Raad onderschrijft dit en oordeelt dat het college niet verplicht was om ambtshalve een langdurigheidstoeslag toe te kennen of automatisch een aanvraagformulier te sturen. Tevens is geen sprake van schade door de termijnoverschrijding, omdat het college binnen de geldende termijnen heeft beslist en betaald.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen, het verzoek tot schadevergoeding afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.