ECLI:NL:CRVB:2004:AO2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen na bezwaar
Appellant, voormalig personeelsfunctionaris bij de politie, kreeg na reorganisatie eervol ontslag met uitkering. Hij verzocht om aanpassing van zijn uitkering in lijn met salarisschaalverhogingen, wat op 2 december 1999 werd afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 18 oktober 2000 ongegrond verklaard. Appellant stelde daarop op 28 augustus 2001 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar.
De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat volgens haar geen sprake was van niet tijdig beslissen, aangezien op het bezwaar reeds was beslist. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit op bezwaar niet inhoudelijk op zijn argumenten was ingegaan en dat het advies van de bezwarenadviescommissie ondeugdelijk was.
De Raad overwoog dat het schrijven van 18 oktober 2000 een onmiskenbare beslissing op bezwaar is, waartegen beroep openstond maar niet werd ingesteld. De bepaling van artikel 6:2 Awb Pro, die het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstelt aan een besluit, is bedoeld om bestuursorganen aan te sporen alsnog te beslissen. Nadat een besluit op bezwaar is genomen, kan geen beroep meer worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit.
De Raad ging niet in op de inhoudelijke argumenten van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 januari 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.