ECLI:NL:CRVB:2013:CA3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en niet gemelde inkomsten
Appellante ontving bijstand van 20 april 2006 tot 30 juni 2010. Het college trok de bijstand in en vorderde terug wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [A.] en het niet melden van hogere inkomsten uit arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de gezamenlijke huishouding en stelde zij dat zij recht had op aanvullende bijstand over een deelperiode.
De Raad oordeelde dat appellante en [A.] feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden van 11 mei 2006 tot 15 maart 2010, gebaseerd op verklaringen van partijen en getuigen. Appellante schond daarmee haar inlichtingenplicht. Het college was bevoegd de bijstand over deze periode in te trekken en terug te vorderen.
Voor de periode van 16 maart 2010 tot 14 juni 2010 stelde het college dat appellante recht had op aanvullende bijstand na herberekening van haar inkomsten. De Raad vernietigde het besluit voor deze periode, herzag de bijstand en stelde het terugvorderingsbedrag vast op €50.820,52. Het college werd veroordeeld in de kosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd en herzien met een aangepaste terugvordering en recht op aanvullende bijstand.