ECLI:NL:CRVB:2013:CA3524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onjuiste woonsituatieopgave en inwoning dochters
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand en staat ingeschreven op een adres te [woonplaats]. Haar dochters staan op andere adressen ingeschreven, maar er is onderzoek gedaan naar hun feitelijke verblijfplaats vanwege vermoedens van inwoning bij appellante.
Uit huisbezoeken, verklaringen van appellante en haar dochters, en gegevens over water- en energieverbruik blijkt dat naast appellante ook haar dochters feitelijk hun hoofdverblijf in haar woning hadden. Dit wordt onderbouwd door de aanwezigheid van volledig ingerichte slaapkamers, persoonlijke bezittingen en administratie van de dochters in de woning van appellante.
Het college heeft daarom de bijstand van appellante herzien en verlaagd met 10% over een periode vanwege inwoning, en vervolgens met 30% voor een maand wegens het niet juist opgeven van haar woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na beoordeling van alle feiten en verklaringen.
De Raad vindt het waterverbruik in de woning van appellante extreem hoog voor een eenpersoonshuishouden en het verbruik in de woningen van haar dochters extreem laag, wat de conclusie ondersteunt dat de dochters feitelijk bij appellante woonden. Appellante heeft geen afdoende verklaring gegeven voor deze feiten.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstand en de terugvordering van te veel ontvangen bijstandskosten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% voor een maand wegens onjuiste opgave van de woonsituatie en inwoning van dochters wordt bevestigd.