ECLI:NL:CRVB:2013:CA3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A.M. Overbeeke
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek en twijfel woonsituatie
Appellante ontving sinds 2007 bijstand als alleenstaande met toeslag. Naar aanleiding van een politieverklaring dat haar partner bij haar inwoonde, startte de gemeente Groningen een onderzoek. In april 2011 vonden waarnemingen plaats waarbij de auto van haar partner werd gezien bij haar woning. Op 21 april 2011 vond een onaangekondigd huisbezoek plaats, waarbij fraudecontroleurs aanwijzingen vonden dat haar partner mogelijk bij haar woonde. Appellante verleende aanvankelijk toestemming, maar weigerde later verdere medewerking, waardoor vragen onbeantwoord bleven en delen van de woning niet werden bekeken.
Het college trok daarom op 11 mei 2011 de bijstand in wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht op grond van artikel 17 WWB Pro. Appellante maakte bezwaar en werd uitgenodigd voor een gesprek, maar verscheen niet zelf. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek, de informatie van de politie was schriftelijk en gedetailleerd, en niet te vergelijken met een anonieme tip. Appellante had haar medewerkingsplicht geschonden door het huisbezoek voortijdig te beëindigen.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat het huisbezoek disproportioneel was en dat zij niet samenwoonde met haar partner. Het college had de intrekking niet gebaseerd op samenwoning, maar op het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand door het gebrek aan medewerking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege weigering medewerking aan het huisbezoek.