ECLI:NL:CRVB:2013:CA3549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging brutering terugvordering bijstand over 2010 wegens niet-aflossing
Appellant ontving bijstand over de periode van 19 augustus 2008 tot en met 10 februari 2010. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van € 23.577,79 (bruto) terug over 2008-2009 en € 1.674,83 (netto) over 2010. Daarnaast werd loonheffing teruggevorderd en bij niet-aflossing per 31 december 2010 werd het bedrag gebruteerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden, zoals langdurige inkomensloosheid en afspraken met het college over terugbetaling, brutering van het nettobedrag onterecht maakten. Hij stelde dat het college had toegezegd niet tot invordering over te gaan.
De Raad oordeelde dat het besluit tot herziening en terugvordering in rechte vaststaat en dat appellant verwijt treft. Het college was bevoegd de vordering over 2010 te bruteren na 31 december 2010. De toezegging van het college betrof een opschorting na de brutering, waardoor deze terecht is toegepast. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de brutering van de terugvordering over 2010 wegens niet-aflossing door appellant.