ECLI:NL:CRVB:2013:CA3561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opslagkosten huisraad wegens ontbreken objectief bewijs
Appellant heeft op 9 september 2011 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) voor de kosten van opslag van zijn huisraad. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af omdat onduidelijk was of en in welke omvang de kosten zich zouden voordoen en omdat de kosten niet opwogen tegen de waarde van de huisraad.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat eerst moet worden vastgesteld of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, vervolgens of ze noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Appellant had geen objectieve, controleerbare bescheiden overgelegd om zijn standpunt te onderbouwen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de woning was ontruimd en de spullen waren opgeslagen bij een bekend opslagbedrijf, en dat vanwege zijn psychische problematiek niet van hem kon worden verlangd dat hij de opslag op een andere, gratis wijze zou regelen. De Raad oordeelde echter dat ook in hoger beroep geen objectief bewijs was geleverd en dat een telefonische mededeling van het opslagbedrijf onvoldoende is.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2013.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor opslagkosten huisraad wordt bevestigd wegens ontbreken van objectief bewijs.