ECLI:NL:CRVB:2013:CA3562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-overleggen gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand sinds 21 maart 2006. Na het niet verschijnen op een gesprek voor rechtmatigheidsonderzoek werd de bijstand opgeschort en stopgezet. Bij een vervolgonderzoek op 21 juli 2010 verscheen appellant met een begeleider, waarna de opschorting werd teruggedraaid onder de voorwaarde dat hij gevraagde bankafschriften vóór 11 augustus 2010 zou aanleveren. Dit gebeurde niet.
Het college stelde daarop de bijstand opnieuw stop en schortte het recht op bijstand op met ingang van 1 september 2010. Na het uitblijven van de gevraagde stukken en het niet herstellen van het verzuim werd de bijstand ingetrokken per 1 september 2010. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij door psychische problemen niet in staat was de stukken tijdig te overleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens had overgelegd en dit hem verwijtbaar was, ook gezien de begeleiding door een zorginstelling. Het latere oordeel over een nieuwe aanvraag in 2011 was niet relevant voor de periode in geschil.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 september 2010 wordt bevestigd wegens niet-overleggen van gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn.