ECLI:NL:CRVB:2013:CA3839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
UGM-uitkering mag in mindering worden gebracht op WW-uitkering
Betrokkene, een voormalig beroepsmilitair, ontving sinds zijn functioneel leeftijdsontslag een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen (UGM). Na een dienstverband vroeg hij een WW-uitkering aan. Het UWV bracht de UGM-uitkering in mindering op de WW-uitkering, waardoor deze niet werd uitbetaald.
De rechtbank Zutphen oordeelde echter dat de UGM-uitkering niet als een ouderdomspensioen kon worden aangemerkt en vernietigde het besluit van het UWV. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat een UGM-uitkering gelijkgesteld moet worden met een ouderdomspensioen. Gezien deze rechtspraak oordeelde de Raad dat het UWV terecht de UGM-uitkering in mindering heeft gebracht op de WW-uitkering. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van het UWV ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2013.
Uitkomst: De UGM-uitkering mag terecht in mindering worden gebracht op de WW-uitkering, waardoor de WW-uitkering niet wordt uitbetaald.