ECLI:NL:CRVB:2014:1001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand vanaf 1996 en stond ingeschreven op een adres te Amsterdam. Naar aanleiding van een onderzoek naar het waterverbruik in haar woning, uitgevoerd door de gemeente Amsterdam, werd geconcludeerd dat zij niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Dit leidde tot intrekking van haar bijstand per 18 augustus 2011 en een terugvordering van € 74.344,18 over de periode van 22 september 2006 tot 17 augustus 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende feitelijke grondslag bood om te concluderen dat zij niet op het uitkeringsadres woonde. De Raad oordeelde dat het extreem lage waterverbruik, gecombineerd met laag energieverbruik, het huisbezoek en getuigenverklaringen van buurtbewoners een toereikende basis vormen voor de conclusie dat appellante niet woonde op het opgegeven adres.
De Raad verwierp ook het verweer dat de verbruiksgegevens foutief zouden zijn geregistreerd, omdat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt. Verder werd gesteld dat de onderzoeksgegevens niet de gehele periode besloegen, maar ook dit verweer faalde omdat andere onderzoeksbevindingen voldoende waren. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen op het opgegeven adres worden bevestigd.