ECLI:NL:CRVB:2014:1012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag na incident onder invloed van alcohol bij marineofficier
Appellant, een marineofficier sinds 1988, werd ontslagen wegens wangedrag na een incident op 25 april 2010 waarbij hij onder invloed van alcohol bewoners uitschold, een taxi probeerde te verlaten en dreigde collega’s te schieten. Eerder had hij al waarschuwingen ontvangen wegens soortgelijk gedrag.
Na het incident werd appellant een geldboete opgelegd en volgde een ontslagbesluit van de minister van Defensie, dat in bezwaar en beroep werd bevestigd. Psychiatrisch onderzoek wees uit dat er geen sprake was van een onderliggende psychische stoornis.
Appellant voerde aan dat het gedrag niet aan hem kon worden toegerekend vanwege emotionele reactie en werkdruk, en dat eerdere incidenten niet meegewogen mochten worden wegens rechtszekerheid. De Raad verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het gedrag terecht als wangedrag was gekwalificeerd en dat het ontslag als proportioneel en niet onredelijk kon worden beschouwd.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen omdat appellant zich bewust was van de ernst van zijn gedrag en geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het uitblijven van directe sancties. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens wangedrag wordt bevestigd.