ECLI:NL:CRVB:2014:1020
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor reiskosten omgangsregeling
Verzoeker ontving aanvankelijk bijzondere bijstand voor reiskosten verbonden aan een begeleide omgangsregeling met zijn zoon. Het college beëindigde deze bijstand nadat de begeleiding stopte, omdat de reiskosten niet langer als bijzondere kosten werden gezien maar als algemene bestaanskosten. Verzoeker maakte bezwaar en stelde hoger beroep in tegen de afwijzing.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de reiskosten van de niet-verzorgende ouder binnen de normale uitgaven in het familieverkeer vallen en niet onder bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. De financiële situatie van verzoeker en zijn beperkte draagkracht rechtvaardigen geen andere beoordeling. Ook het beroep op het recht op gezinsleven uit het EVRM werd verworpen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen sprake van buitenwettelijk beleid dat bijzondere bijstand voor deze kosten toekent en het college mag de verlening van bijzondere bijstand herzien bij gewijzigde omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere bijstand voor reiskosten in het kader van een omgangsregeling wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.