ECLI:NL:CRVB:2004:AO7408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand reiskosten omgangsregeling en bezoek buitenland
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor reiskosten in verband met het halen en brengen van zijn dochter in het kader van een omgangsregeling en voor reiskosten van zijn echtgenote naar Polen om haar zoon te bezoeken. De gemeente weigerde de aanvragen omdat deze kosten niet als noodzakelijke uitgaven uit bijzondere omstandigheden worden aangemerkt en deels omdat de kosten buiten Nederland zijn gemaakt.
De Raad oordeelt dat reiskosten van de niet-verzorgende ouder in het kader van een omgangsregeling behoren tot normale kosten binnen het familieverkeer en dus niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Dit geldt ook als de omgangsregeling door de rechter is vastgesteld of als de reiskosten voortvloeien uit verhuizing van de ex-partner.
Ten aanzien van de reiskosten van de echtgenote naar Polen stelt de Raad vast dat kosten die buiten Nederland zijn gemaakt niet aan Nederland zijn verbonden en daarom niet voor bijstand in aanmerking komen. De rechtbank had ten onrechte niet over de gehele reiskostenbeslissing geoordeeld, waardoor het besluit deels wordt vernietigd. De Raad wijst ook een beroep op het recht op gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro af, omdat dit recht niet verplicht tot financiële ondersteuning voor dergelijke reiskosten.
De Raad veroordeelt de gemeente Eibergen tot vergoeding van proceskosten aan appellant en vergoedt het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand reiskosten omgangsregeling en gedeeltelijke vernietiging besluit reiskosten buitenland.