ECLI:NL:CRVB:2014:1022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag na kleinschalige reorganisatie en toepassing Sociaal Plan B
Appellant was sinds 1984 werkzaam bij de gemeente Amsterdam en kreeg in 2009 te maken met de opheffing van zijn platform, waarbij zijn functie kwam te vervallen. Hij kreeg de RAP-status toegekend die voorrang gaf bij bemiddeling naar een andere passende functie. Ondanks vervangende werkzaamheden en een vaste aanstelling voor zestien uur, kon voor de resterende zestien uur geen passende functie worden gevonden.
Het college verleende ontslag per 1 augustus 2011, wat na bezwaar werd gehandhaafd met een gewijzigde ontslagdatum. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het nieuwere Sociaal Plan Amsterdam (SPA) van toepassing was en dat het college de herplaatsingsinspanningen niet door de centrale toetsingscommissie had laten toetsen, zoals vereist volgens het SPA.
De Raad oordeelde dat op grond van de overgangsbepalingen het oudere Sociaal Plan B (SPB) van toepassing bleef, inclusief de RAP-status. De gunstigere materiële rechten uit het SPA golden niet voor procedurele voorschriften zoals de toetsing door de centrale toetsingscommissie. Het college had de herplaatsingsinspanningen tijdens de bezwaarprocedure voldoende beoordeeld. Appellant had diverse ondersteuning en passende werkzaamheden ontvangen.
De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit rechtmatig was en dat er geen reden was voor schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.