ECLI:NL:CRVB:2014:1075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- M.I. ‘t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage voor FPU-uitkering onder Verordening 1408/71
Appellant, woonachtig in België, ontving een FPU-uitkering en later AOW-pensioen. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) stelde een buitenlandbijdrage vast die werd ingehouden op het Nederlandse pensioen. Appellant voerde aan dat hij geen bijdrage verschuldigd was omdat hij zich niet kon inschrijven in het Verenigd Koninkrijk en dat zijn FPU-uitkering pas vanaf 2007 onder de Verordening 1408/71 viel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de FPU-uitkering gelijkgesteld is met een wettelijk pensioen volgens Bijlage VI van Verordening 1408/71 en dat de inschrijving in het woonland slechts een administratieve handeling is die niet bepalend is voor de bijdrageplicht.
De Raad wees het verweer van appellant af dat de bijdrageplicht pas vanaf 2007 zou gelden en dat zijn uitkering niet onder de Verordening valt. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van eerdere uitspraken en bevestigde dat appellant vanaf 1 januari 2006 verdragsgerechtigd en bijdrageplichtig is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant een buitenlandbijdrage is verschuldigd over zijn FPU-uitkering vanaf 1 januari 2006.