ECLI:NL:CRVB:2014:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevensverstrekking
Appellante diende op 29 januari 2010 een aanvraag om bijstand in, maar het college van burgemeester en wethouders van Maastricht weigerde deze omdat zij onvoldoende gegevens verstrekte om het recht op bijstand vast te stellen. Er ontstonden twijfels over de juistheid van haar opgegeven inkomsten, waarna een onderzoek door de sociale recherche werd ingesteld. Appellante werd opgeroepen om loonadministratie en bankafschriften over 2009 te overleggen, maar zij leverde niet alle gevraagde stukken aan.
Het college wees de aanvraag af op 7 mei 2010 en verklaarde het bezwaar ongegrond op 9 augustus 2010. De rechtbank Maastricht bevestigde deze beslissing. In hoger beroep stelde appellante dat zij de administratie van haar werkgever niet kon overleggen en dat sommige stortingen op haar bankrekening leningen waren voor een niet gerealiseerde sportstudio. Ook gaf zij aan per abuis het bankrekeningnummer van haar meerderjarige zoon te hebben opgegeven.
De Raad oordeelde dat appellante de onduidelijkheden niet met objectieve en verifieerbare gegevens had weggenomen. Zij kon de discrepanties tussen loonstroken en bankstortingen niet verklaren, noch de kasstortingen onderbouwen. Ook had zij eenvoudig kunnen aantonen dat de opgegeven rekening niet van haar minderjarige kind was. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was de afwijzing terecht.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende gegevensverstrekking door appellante.