ECLI:NL:CRVB:2014:1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds 2004 en werd door een onderzoek van de gemeente Rotterdam verdacht van het niet melden van inkomsten uit verkoopactiviteiten via internet en het niet melden van haar inschrijving als ondernemer bij de Kamer van Koophandel. Het college trok de bijstand in en vorderde bedragen terug over verschillende periodes. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het ging om incidentele particuliere verkopen en dat de klantmanager op de hoogte was van haar inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De Raad oordeelde dat de verkoopactiviteiten en de inschrijving wezen op ondernemerschap en dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor was het college bevoegd tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand.
Echter, het college had pas in hoger beroep een inzichtelijke specificatie van de terugvordering gegeven, waardoor het besluit in strijd was met artikel 7:12, eerste lid, Awb. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb, met in stand blijvende rechtsgevolgen.