ECLI:NL:CRVB:2014:1115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- M. Hillen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 1 januari 2010 een gezamenlijke huishouding voerde met appellant, een zzp-er met een eigen bedrijf. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij onterecht bijstand als alleenstaande ontving. Het college trok de bijstand met ingang van 1 januari 2011 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand over 2010 terug, mede van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat uit de verklaringen van appellante en waarnemingen blijkt dat zij feitelijk samenwoonden en zorg droegen voor elkaar. De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde wegens schending van de inlichtingenplicht.
Verder werd het bezwaar van appellante tegen de intrekking niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De Raad wees ook het beroep van appellant af dat de terugvordering onredelijk zou zijn vanwege zijn financiële situatie. De uitspraak bevestigt dat het college bevoegd was de terugvordering mede van appellant te vorderen op grond van artikel 59, tweede lid, WWB.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.