ECLI:NL:CRVB:2014:1152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant meldde zich ziek wegens rug-, pijn- en hoofdpijnklachten en ontving een ZW-uitkering. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant per 22 juni 2012 niet langer ongeschikt was voor arbeid en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen na bevestiging door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn beperkingen waren toegenomen. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn klachten werden onderschat, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede doordat appellant de mogelijkheid had tot onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts, maar niet verscheen. De Raad bevestigde dat appellant geschikt was voor de in de WIA-beoordeling genoemde functies en verwierp het beroep. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.