ECLI:NL:CRVB:2014:1159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig verkoopmedewerker, meldde zich ziek met nek-, rug- en hoofdpijnklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met zijn klachten en dat de depressie onvoldoende in de FML was verwerkt. Het UWV verwees naar een zorgvuldig medisch onderzoek en ontbrak nieuwe medische informatie ter onderbouwing van het standpunt van appellant.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij zowel lichamelijke als psychische beperkingen, inclusief depressie, waren betrokken. De FML van 11 maart 2011 werd onderschreven. De functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd, waren passend. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.