ECLI:NL:CRVB:2014:1162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel sinds januari 2007 uit wegens lichamelijke klachten na een bedrijfsongeval en vroeg in september 2008 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, met name dat het WAD-protocol niet was toegepast.
De rechtbank Arnhem vernietigde het bezwaarbesluit deels wegens motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering werd ongegrond verklaard. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het medisch onderzoek als zorgvuldig beoordeeld en werd bevestigd dat het WAD-protocol niet van toepassing is bij ZW-beoordelingen.
De Raad oordeelde dat de door appellant overgelegde medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel over zijn belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraken van de rechtbank Arnhem bevestigd, waarbij de weigering van de WIA-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering in stand blijven.