ECLI:NL:CRVB:2014:1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelage buitenland op grond van overgangsregeling VBD
Appellant was vanaf 24 juli 2008 geplaatst als sportinstructeur in Aruba en verzocht de minister van Defensie om met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 28 VBD Pro in aanmerking te worden gebracht voor de toelage buitenland volgens artikel 11a VBD. De minister wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onjuiste en onvolledige informatie had ontvangen over de toelage buitenland, waardoor hij geen afgewogen beslissing kon nemen over zijn plaatsing. De Raad oordeelde dat appellant tijdens een voorlichtingsbijeenkomst was geïnformeerd over de oude berekeningssystematiek en dat hij op de hoogte was van de onzekerheid over de nieuwe bedragen. Hij had zelf kunnen informeren nadat de nieuwe cijfers bekend waren, maar deed dit niet.
Verder werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat de collega’s die een hogere toelage ontvingen wel onder de overgangsregeling vielen, doordat zij voor 1 augustus 2007 waren aangewezen voor een plaatsing buiten Nederland. Het gewijzigde systeem en de overgangsregeling leiden tot verschillen in toelagehoogte, wat inherent is aan regelgeving.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van kennelijke hardheid en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om toepassing van de toelage buitenland overeenkomstig artikel 11a VBD is afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.