Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Bijlage
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geplaatst als provoost terreinen op een marinekazerne, verzocht de minister van Defensie om toepassing van de hardheidsclausule van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD) voor een hogere toelage buitenland met terugwerkende kracht vanaf 7 juli 2008. Dit verzoek werd door de minister afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij onjuiste en onvolledige informatie had ontvangen over de toelage buitenland, waardoor hij geen weloverwogen beslissing kon nemen over zijn plaatsing buiten Nederland. Tevens voerde hij aan dat de minister het gelijkheidsbeginsel had geschonden door hem anders te behandelen dan collega’s die wel een hogere toelage ontvingen.
De Raad oordeelde dat appellant niet onder de overgangsregeling van artikel 11a VBD viel, omdat hij op 1 augustus 2007 niet buiten Nederland was geplaatst noch daarvoor was aangewezen. Hoewel de minister erkende dat de informatievoorziening niet effectief was, leidde dit niet tot een kennelijke hardheid in de zin van artikel 28 VBD Pro. Appellant was tijdens een voorlichtingsbijeenkomst geïnformeerd over de wijziging van de berekeningssystematiek en de onzekerheid over de hoogte van de toelage. Bovendien had appellant zelf kunnen informeren naar de juiste bedragen nadat deze bekend waren geworden. De beroepen op het gelijkheidsbeginsel werden verworpen omdat de situaties van de genoemde collega’s wezenlijk verschilden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.