ECLI:NL:CRVB:2014:1230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en was ingeschreven op een adres te Zwolle. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle trok de bijstand in per 1 september 2009 en vorderde de kosten over de periode tot 31 augustus 2011 terug, omdat appellant zonder melding een gezamenlijke huishouding zou voeren met M.
De sociale recherche voerde onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, observaties, buurtonderzoek en verhoren van betrokkenen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn hoofdverblijf niet had verplaatst en dat er geen sprake was van wederzijdse zorg.
De Raad oordeelde dat gezamenlijke huishouding bestaat bij gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse zorg, ook als de adressen verschillen. Verklaringen van appellant, M en getuigen toonden aan dat appellant meerdere dagen per week bij M verbleef en M in het weekend bij appellant, met wederzijdse zorg en kostenbijdragen. De Raad vond de aanvangsdatum van 1 september 2009 voldoende onderbouwd en verwierp het verweer van appellant over een onderbreking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.