ECLI:NL:CRVB:2014:1288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatiebesluit begeleiding op grond van AWBZ ondanks bezwaren appellant
Appellant, bekend met matig depressieve kenmerken en vermoedelijk multiple sclerose, was geïndiceerd voor begeleiding op grond van de AWBZ. Na bezwaar tegen het indicatiebesluit van het CIZ verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat CIZ te lichte beperkingen had aangenomen en onvoldoende rekening hield met zijn complexe gezinssituatie en autistisch gedrag.
De Raad overwoog dat de indicatie van 27 juni 2011 geen zelfstandig rechtsgevolg heeft en dat de indicatie van 10 september 2009 leidend is. Medisch adviseurs bevestigden de beperkingen van appellant en oordeelden dat voorliggende voorzieningen van toepassing zijn voor bepaalde activiteiten. Het verzoek om extra begeleiding bij fysiotherapieoefeningen werd afgewezen omdat dit onder de discipline van de fysiotherapeut valt.
De Raad vond dat appellant geen actuele medische gegevens had ingebracht die het medisch advies konden weerleggen. De door appellant ingebrachte gezinsverslagen konden het medisch oordeel niet wijzigen. CIZ heeft bovendien inzichtelijk gemaakt dat de geïndiceerde begeleidingstijd effectief wordt ingezet. Het beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het indicatiebesluit van het CIZ en verklaart het hoger beroep ongegrond.