ECLI:NL:CRVB:2014:1291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens blijvende arbeidsongeschiktheid en herplaatsingsonderzoek
Betrokkene was werkzaam als leraar en viel wegens ziekte uit vanaf oktober 2006. Ondanks gedeeltelijke werkhervatting viel hij in april 2007 weer volledig uit. De bedrijfsarts stelde betrokkene in 2008 gedeeltelijk arbeidsgeschikt, maar betrokkene hervatte zijn werkzaamheden niet. Het UWV kende betrokkene in januari 2009 een WIA-uitkering toe vanwege 100% arbeidsongeschiktheid.
Appellante verleende betrokkene in maart 2009 ontslag wegens blijvende ongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij vond dat appellante niet had aangetoond dat er geen reële herplaatsingsmogelijkheden waren, met name in de periode van januari tot augustus 2008.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het herplaatsingsonderzoek over de gehele periode moet worden beoordeeld en dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat er geen passende functies waren voor betrokkene gezien zijn geringe arbeidsgeschiktheid. Ook is van belang dat betrokkene zelf geen alternatieve functies heeft aangedragen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee het ontslagrechtelijk besluit standhoudt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard; het ontslagbesluit blijft in stand.