ECLI:NL:CRVB:2014:1337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na beoordeling geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant was sinds 2003 bekend met arbeidsongeschiktheid door posttraumatische arthrose en bijkomende klachten na een verkeersongeval in 2009. Het UWV stelde bij besluit van 10 maart 2010 vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, maar dat hij geschikt was voor bepaalde functies. Vanaf januari 2011 ontving appellant een WW-uitkering en meldde zich ziek met diverse klachten. Na medisch onderzoek en bespreking in het ZW/Arboteam verklaarde het UWV appellant per 1 november 2011 geschikt voor maatgevende arbeid en beëindigde het zijn recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de bezwaarverzekeringsarts terecht was uitgegaan van de in het kader van de WIA-beoordeling geduide functies en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door aanvankelijk uit te gaan van de functie van dakdekker en dat de medische beoordeling onjuist was.
De Raad overwoog dat het besluit van 20 oktober 2011, gelezen in samenhang met het heropeningsbesluit van de WW-uitkering, als besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld moet worden gezien. Verder bevestigde de Raad dat onder “zijn arbeid” de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid wordt verstaan, met uitzondering van gevallen waarin gangbare arbeid als maatstaf geldt, zoals hier. Het UWV had terecht de in de WIA-beoordeling geduide functies als maatstaf genomen. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de bezwaarverzekeringsarts had alle relevante beperkingen meegewogen. Nieuwe medische informatie bracht geen verandering in het oordeel.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 1 november 2011 geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor maatgevende arbeid.