ECLI:NL:CRVB:2014:1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als toezichthouder grondwerk en viel uit wegens rugklachten. Na beëindiging van zijn dienstverband stelde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar, maar meldde zich later ziek met diverse klachten.
Het UWV verklaarde appellant geschikt voor de functie van brugwachter na medisch onderzoek en een bezwaarprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen zwaarder wogen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen en een bezwaarverzekeringsarts appellant hebben onderzocht en relevante medische informatie hebben betrokken. Geen nieuwe medische gegevens werden aangeleverd die tot een ander oordeel zouden leiden.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor ten minste één van de in 2008 geselecteerde functies binnen de WIA-beoordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor ten minste één functie binnen de WIA-beoordeling.