ECLI:NL:CRVB:2014:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening dagloon op grond van WAO na verzoek appellant
Appellante, werkzaam als verpleegkundige met een variabele parttime arbeidsovereenkomst, werd in 1997 arbeidsongeschikt verklaard met een dagloon vastgesteld op basis van haar loongegevens tot 1995. In 2006 verzocht zij om herziening van dit dagloon, maar het UWV wees dit af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht het dervingsbeginsel toepaste, waarbij het dagloon werd berekend op basis van een representatieve referteperiode van een jaar voorafgaand aan de uitval wegens ziekte. Appellante stelde in hoger beroep dat haar dagloon op basis van het jaar voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid moest worden berekend, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bij een verzoek om terugkomen van een eerder besluit voor de periode voorafgaand aan het verzoek slechts gebonden is aan nieuwe feiten of omstandigheden. Voor de periode na het verzoek moet een zorgvuldige belangenafweging plaatsvinden, wat hier correct is toegepast. De Raad bevestigde dat het UWV het dagloon juist heeft vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde appellante niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van het dagloon wordt afgewezen.