ECLI:NL:CRVB:2014:1388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was werkzaam als medewerker terugvordering en verhaal bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân. Hij kreeg op 19 april 2011 een voorwaardelijke ontslagstraf opgelegd wegens plichtsverzuim, namelijk oneigenlijk gebruik van Suwinet. Deze straf zou niet ten uitvoer worden gelegd indien hij zich 24 maanden niet schuldig maakte aan soortgelijk of ernstig plichtsverzuim.
In september 2011 werd appellant de toegang tot het werk ontzegd nadat bleek dat hij betrokken was bij het bezit van illegale vuurwapens, wat werd bevestigd door een proces-verbaal van de Officier van Justitie. Tevens had appellant niet uit eigen beweging openheid van zaken gegeven en ontkende hij herhaaldelijk zijn betrokkenheid, wat het bestuur kwalificeerde als ernstig plichtsverzuim.
Het bestuur legde de voorwaardelijke ontslagstraf per 1 november 2011 alsnog ten uitvoer en schorste appellant met onmiddellijke ingang. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het plichtsverzuim ontbrak omdat het om een privéaangelegenheid ging zonder verband met zijn ambt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verboden wapenbezit, ondanks de privésfeer, plichtsverzuim oplevert gezien de hoge eisen aan integriteit van zijn functie. Ook het niet meewerken aan het onderzoek en het niet naar waarheid antwoorden vormden ernstig plichtsverzuim. De Raad bevestigde het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke ontslag en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke ontslag wegens ernstig plichtsverzuim.