ECLI:NL:CRVB:2014:1399
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R.M. van Male
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over verlaging huishoudelijke hulp en gebruikelijke zorg zoon
Appellante ontving tot 4 januari 2011 huishoudelijke hulp van 10 uur per week. Het college kende op grond van de Wmo voor de periode van 5 januari 2011 tot en met 4 januari 2012 een afbouw van deze hulp toe, waarbij vanaf 1 mei 2011 nog 5,5 uur per week werd toegekend. Van de inwonende zoon werd verwacht dat hij 3 uur per week bijdroeg aan het huishouden, waaronder lichte huishoudelijke werkzaamheden en wasverzorging. Daarnaast kon appellante gebruikmaken van een maaltijdservice.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlaging ongegrond, stellende dat de maaltijdservice een geschikte voorziening was en dat het medisch advies voldoende onderbouwing gaf voor de bijdrage van de zoon. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar zoon geen bijdrage kon leveren en dat de maaltijdservice niet geschikt was vanwege dieetvoorschriften.
De Raad oordeelt dat de maaltijdservice adequaat is en rekening houdt met het dieet van appellante. Echter is het college onvoldoende gemotiveerd in het standpunt dat de zoon gebruikelijke zorg kan leveren, mede gezien een medisch advies van december 2011 dat stelt dat de zoon voorlopig geen gebruikelijke zorg kan bieden. Dit leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en niet in stand kan blijven.
De Raad draagt het college op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen, waarbij nader medisch advies moet worden ingewonnen om vast te stellen vanaf welk moment de zoon geen gebruikelijke zorg meer kan leveren. Deze tussenuitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 april 2014.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens onvoldoende motivering over de bijdrage van de zoon aan het huishouden.