ECLI:NL:CRVB:2014:1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking inkomensvoorziening en terugvordering op grond van WIJ
Appellant ontving een werkleeraanbod en inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Na informatie van de Belastingdienst over inkomsten uit dienstverband vanaf 1 juni 2011, trok het college het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening met ingang van die datum in en vorderde de betaalde inkomensvoorziening terug.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering over september 2011, stellende dat hij tijdig contact had gehad met het college en bijzondere omstandigheden golden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de grondslag van de terugvordering niet correct was vermeld en dat de terugvordering over september onterecht was.
De Raad oordeelde dat het overgangsrecht van de wijzigingswet WWB en WIJ toepassing vond en dat de regels van de WIJ van toepassing zijn. De Raad stelde vast dat het college terecht verwees naar het advies van de commissie bezwaarschriften en dat de terugvordering op juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. Daarnaast was appellant niet tijdig en volledig geïnformeerd over zijn inkomsten, waardoor hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. De terugvordering over september 2011 was daarom terecht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de inkomensvoorziening en de terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.