ECLI:NL:CRVB:2014:1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij intrekking bijstandsuitkering wegens onttrekking aan vrijheidsstraf
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand met ingang van 4 juli 2012 in en vorderde de kosten van bijstand over die periode terug, omdat appellant zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf.
Appellant diende bezwaar in tegen deze beslissing, maar dit bezwaar werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, een oordeel dat appellant in hoger beroep aanvocht met het argument dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit correct was verzonden naar het laatst bekende uitkeringsadres. De termijn voor bezwaar begon daarom op de dag na verzending, en het bezwaar was te laat ingediend. Er waren geen redenen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Daarom werd de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.