ECLI:NL:CRVB:2014:1414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd op basis van een medisch advies ontheven van arbeidsverplichtingen voor de periode 2012-2017. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit niet zorgvuldig was genomen, dat hij begeleiding wenste bij uitstroom uit de bijstand en dat de ontheffing niet voor vijf jaar kon gelden zonder periodieke herbeoordeling.
In de procedure stelde de Raad ambtshalve de vraag naar het procesbelang van appellant. Omdat appellant in 2013 was verhuisd naar een andere gemeente en daar bijstand ontving, verviel zijn recht op bijstand en daarmee de arbeidsverplichtingen en ontheffing daarvan jegens het college van Heerlen. Het hoger beroep kon daarom niet leiden tot het opleggen van arbeidsverplichtingen door het college.
De Raad concludeerde dat appellant geen actueel procesbelang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. Ook was niet gebleken dat appellant schade had geleden door het bestreden besluit. De Raad wees er op dat bij een eventuele terugkeer naar Heerlen een nieuwe beoordeling van bijstand en ontheffing zal plaatsvinden op basis van actueel medisch onderzoek.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.