Appellant, woonachtig in Spanje en geboren in 1942, ontvangt een ouderdomspensioen en is door het Zorginstituut Nederland als verdragsgerechtigde aangemerkt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Op basis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 heeft hij recht op zorg in Spanje ten laste van Nederland, waarvoor een buitenlandbijdrage verschuldigd is.
Het Zorginstituut stelde bij besluit de buitenlandbijdrage over 2007 vast, welke door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant terecht als verdragsgerechtigde was aangemerkt en de bijdrageplicht bestond. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en stelde dat het feit dat appellant zich pas in 2008 aanmeldde, niet afdoet aan zijn bijdrageplicht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het bilaterale verdrag tussen Nederland en Spanje van 1974 voorrang zou hebben op de Europese verordening en dat de bijdrageplicht pas zou ontstaan na inschrijving bij de Spaanse verzekeringsinstelling. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank, verwijzend naar eerdere rechtspraak, en bevestigde dat de bijdrageplicht rechtstreeks volgt uit de Europese verordening.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskosten toe te wijzen.