ECLI:NL:CRVB:2014:1426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal om een bedrijf te starten als producent van Iraanse koekjes. Het college vroeg advies aan Friedeberg Consultancy BV (FCBV), die concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege onvoldoende concrete aanwijzingen over afnamehoeveelheden van potentiële klanten.
Appellant leverde aanvullende verklaringen van potentiële afnemers in, maar deze gaven geen duidelijkheid over de hoeveelheden die zij zouden afnemen. Het advies van FCBV bleef daarom ongewijzigd. Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het bedrijf niet levensvatbaar is, omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een toereikend inkomen uit het bedrijf kan worden verkregen. De Raad oordeelde dat louter verwachtingen van appellant onvoldoende zijn en dat het college terecht het deskundigenadvies heeft gevolgd. Het hoger beroep is verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van de levensvatbaarheid van het bedrijf.