ECLI:NL:CRVB:2016:1400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering zelfstandigen wegens niet levensvatbaar bedrijf
Appellant, afkomstig uit Nigeria, vroeg op 3 maart 2014 een bijstandsuitkering aan voor het starten van een bedrijf in de import en export van tweedehands auto’s en elektrische apparatuur naar Nigeria. Eerdere aanvragen werden al afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht. Het college wees de aanvraag van 2014 af op basis van een advies van Friedeberg Consultancy B.V. (FCBV), waarin de bedrijfsformule, ondernemerscapaciteiten en marktsituatie als onvoldoende werden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat het advies van FCBV zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is en geen feitelijke onjuistheden bevat. Appellant kon onvoldoende aantonen dat zijn bedrijf wel levensvatbaar was, en zijn eigen ondernemingsplan werd als onvoldoende onderbouwing beoordeeld.
Verder wees de Raad het beroep af dat het college een oplossing had moeten bieden in deze bijzondere situatie, omdat appellant dit niet objectief onderbouwde. Het college mocht ervan uitgaan dat begeleiding alleen zinvol is bij een levensvatbaar bedrijf. De afwijzing van de uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De aanvraag om een bijstandsuitkering zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet levensvatbaar bedrijf.