ECLI:NL:CRVB:2014:1433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht incassowerkzaamheden
Appellant, na detentie aangewezen op bijstand, verklaarde geen inkomsten te genereren uit incassowerkzaamheden en meldde geen werkzaamheden uit te voeren. Onderzoek door sociale recherche toonde echter aan dat hij wel degelijk incasso-activiteiten verrichtte en daarvoor betalingen ontving, onder meer een bedrag van €500,- op een bankrekening van zijn vriendin.
Appellant voerde aan dat hij opdrachten doorschoof naar derden zonder inkomsten te ontvangen en dat hij geen bankrekening kon openen, maar deze stellingen werden niet onderbouwd. De verklaring van een getuige en het dossieronderzoek wezen op het tegendeel, waarmee appellant de inlichtingenplicht schond.
De Raad oordeelde dat deze schending het recht op bijstand over de gehele periode onduidelijk maakt en dat het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Dordrecht bevestigd.
Uitkomst: De bijstand wordt beëindigd en ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht, beroep ongegrond verklaard.