ECLI:NL:CRVB:2014:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante, afkomstig uit Iran, ontving vanaf 1 december 2007 bijstand als alleenstaande ouder, omdat zij door het college als duurzaam gescheiden van haar echtgenoot werd aangemerkt. Na een onderzoek naar aanleiding van een melding over een groot geldbedrag dat haar echtgenoot bij zich had, concludeerde het college dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en trok de bijstand met terugwerkende kracht in. Tevens werd het ten onrechte ontvangen bedrag van ruim €54.000,- teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij wel duurzaam gescheiden leefde en dat haar echtgenoot onvoldoende inkomen had om bij te dragen, waardoor zij recht had op bijstand. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat de echtgenoten hun leven als gehuwd niet meer gezamenlijk leiden en dat dit niet het geval was omdat de echtgenoot regelmatig bij haar verbleef en zij contact hielden. Ook was appellante tekortgeschoten in haar inlichtingenverplichting door het college niet te informeren over het feit dat zij niet duurzaam gescheiden leefde.
Verder kon appellante niet aannemelijk maken dat het inkomen van haar echtgenoot onder de toepasselijke bijstandsnorm lag. De Raad concludeerde daarom dat appellante ten onrechte bijstand had ontvangen en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven en schending van de inlichtingenverplichting.